goederen- inventarisverzekering

ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING

Arbeidsongeschiktheidsverzekering en WGA

De Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) heeft aanzienlijke gevolgen voor de financiéle risico’s die u als werkgever loopt. Op deze pagina wordt één en ander nader uitgelegd.

Op 1 januari 2006 werd de WAO vervangen door de WIA. Het uitgangspunt van deze wet is arbeidsgeschiktheid. Financiéle prikkels stimuleren u en uw werknemer om diens arbeidscapaciteit maximaal te benutten. Net als voorheen volgt er ook bij de WIA na twee jaar ziekte een toets op de reïntegratie-inspanningen van u en uw werknemer, de Poortwachtertoets. Daarna vindt een entreekeuring plaats. 

Vormen Arbeidsongeschiktheid volgens WIA

Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt (80% - 100%)

Wanneer een werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt wordt verklaard, kan hij of zij aanspraak maken op een uitkering in het kader van de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Deze regeling wordt uitgevoerd door het Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). De uitkering bedraagt 70% van het laatstverdiende (gemaximeerde) loon. De werknemer kan deze uitkering tot zijn 65e jaar ontvangen.

Gedeeltelijk (35%-80%) of volledig niet duurzaam arbeidsongeschikt

Als een werknemer voor meer dan 35% of volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt wordt verklaard, heeft de werknemer recht op een uitkering op grond van de WGA-regeling (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Deze regeling beloont de gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer financieel wanneer hij of zij zoveel mogelijk blijft werken.

Minder dan 35% arbeidsongeschikt

Wanneer een werknemer voor minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt bevonden, komt deze niet in aanmerking voor een aanvulling in het kader van de WIA. De werknemer blijft dan gewoon in dienst van de werkgever. In overleg zullen de werkgever en de werknemer de mogelijkheden onderzoeken om de arbeidscapaciteit van de werknemer maximaal te benutten en het salaris daarop af te stemmen. De werkgever blijft verplicht het salaris door te betalen.

WGA uitkeringen

WGA loongerelateerd

De WGA-uitkering is bij aanvang gebaseerd op het laatst verdiende loon. De hoogte van deze uitkering wordt mede bepaald door het feit of een werknemer wel of niet werkt. Werkt hij niet, dan bedraagt de uitkering 70% van het oude (dag)loon. Dit is het loon vóór arbeidsongeschiktheid. Werkt de werknemer wel, dan bedraagt de uitkering 70% van het verschil tussen het oude (dag)loon en het met werken verdiende nieuwe inkomen. De duur van de loongerelateerde uitkering hangt af van de duur van het arbeidsverleden. Het oude loon is gemaximeerd tot € 43.770,- (2005) op jaarbasis.

WGA vervolg + loonaanvulling

Na de loongerelateerde periode ontvangt de werknemer een loonaanvulling óf een (lagere) vervolguitkering in de vervolgperiode. Bij het toekennen van deze uitkering wordt wederom onderscheid gemaakt tussen mensen die werken en mensen die niet, of niet voldoende werken. Een gedeeltelijk arbeidsgeschikte die niet of onvoldoende werkt, komt in aanmerking voor een vervolguitkering; 70% van het wettelijk minimumloon vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheidspercentage. Iemand die voldoende werkt krijgt een hogere uitkering, de zgn. loonaanvulling; 70% van het verschil tussen het dagloon en zijn resterende verdiencapaciteit. Er is sprake van voldoende werken als de werknemer met werken nog ten minste 50% van zijn restverdiencapaciteit verdient. Door deze regeling is het altijd lonend om te werken. Onderstaande voorbeelden laten dit zien:

WGA in de praktijk

Situatie

We nemen als voorbeeld Paul. Hij verdient een jaarsalaris van € 40.000,-. Paul komt in de WGA-regeling terecht als hij tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt is. Of als hij volledig arbeidsongeschikt is, maar niet duurzaam. De uitkering wordt mede bepaald door het feit of Paul wel of niet werkt en of hij zijn restverdiencapaciteit voor ten miste 50% benut. Paul wordt ziek en komt na twee jaar ziekte in de WGA-regeling terecht. Zijn restverdiencapaciteit wordt bepaald op € 20.000,-. Paul is dus voor 50% arbeidsongeschikt (€ 20.000,-/€ 40.000,-).

In twee situaties leest u welke gevolgen dit voor Paul zijn inkomen heeft. In voorbeeld 1 gebruikt Paul zijn restverdiencapaciteit wel in voldoende mate. In voorbeeld 2 gebruikt Paul zijn restverdiencapaciteit niet.

Voorbeeld 1

Paul gebruik zijn restcapaciteit voldoende:

Paul verdient met werk nog € 20.000,-. Hij benut dus volledig zijn restverdiencapaciteit. In eerste instantie ontvangt Paul een WGA-loongerelateerde uitkering. De duur van deze uitkering is afhankelijk van zijn arbeidsverleden. De berekening van deze loongerelateerde uitkering is als volgt:

Daarna ontvangt Paul een WGA-loonaanvulling. Paul benut tenminste 50% van zijn restverdiencapaciteit, namelijk 100%.

70% (€40.000,- – €20.000,-) = €14.000,-
Loon €20.000,-
  ———— +
Totaal €34.000,-

Voorbeeld 2

Paul gebruikt zijn restcapaciteit onvoldoende:

Paul is voor 50% arbeidsongeschikt en heeft geen inkomen vanuit werk. Hij ontvangt na twee jaar ziekte een WGA-loongerelateerde uitkering van 70% van zijn laatstverdiende loon. De duur van deze uitkering is afhankelijk van zijn arbeidsverleden. Paul ontvangt dus een uitkering die bestaat uit een werkloosheids- en een arbeidsongeschiktheidsdeel. De uitkering bedraagt 70% van € 40.000,- = € 28.000,-. Daarna komt Paul in de WGA-vervolgperiode. Omdat hij zijn restverdiencapaciteit niet voor tenminste 50% benut, valt hij terug op de WGA-vervolguitkering. Deze uitkering bedraagt 70% x minimumloon * arbeidsongeschiktheids-percentage: 70% x € 16.391,- x 50% = € 5.737,-.

Het WGA-gat
Het gat waar Paul in voorbeeld 2 na afloop van de WGA-loongerelateerde uitkering mee wordt geconfronteerd is het WGA-Gat. Deze inkomensterugval is aanzienlijk en stimuleert Paul om zoveel mogelijk te proberen om zijn restverdiencapaciteit toch voor minimaal 50% te gebruiken.

 

Zo lost u de nieuwe financiële risico's op

Beslissing 1: WGA-eigenrisicodragerschap of niet?

Het kabinet heeft gekozen voor een stelsel waarin u met betrekking tot de WGA-regeling de keuze heeft om dit risico zelf te dragen, te verzekeren bij een private verzekeraar, dan wel verzekerd te blijven bij het UWV. 

De eigenrisicodragers voor de WAO werden per 1 januari 2006 automatisch eigenrisicodrager voor de WGA-regeling. Vanaf 2007 hebben alle werkgevers de keuze of ze uittreden uit het publieke stelsel of bij het UWV blijven.

Beslissing 2: het WGA-Gat verzekeren of niet?

Een werknemer die in de WGA terechtkomt en zijn verdiencapaciteit voor minder dan 50% benut, krijgt na de loongerelateerde WGA-uitkering te maken met een fors inkomensgat (zie tweede voorbeeld Paul). Dit heet het ‘WGA-Gat’. U kunt het arbeidsongeschiktheidsgedeelte van dit gat voor uw medewerkers verzekeren met de Collectieve WGA-Gat verzekering. Dit levert uw medewerkers een waardevolle secundaire arbeidsvoorwaarde op.

De WGA-Gat verzekering vult het inkomen aan tot 70% van het laatst verdiende (gemaximeerde) loon vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheidspercentage. In voorbeeld 2 krijgt Paul een vervolguitkering van € 5.737,-. De verzekering vult aan tot 70% x € 40.000 x 50% = € 14.000,-. De WGA-Gat verzekering keert uit € 14.000 – € 5.737,- = € 8.263,-.

Beslissing 3: Bodmvoorziening en dienstenpakket voor werknemers die lager dan 35% arbeidsongeschikt zijn verzekeren of niet?

Blijkt bij de WIA keuring dat het loonverlies van uw medewerker minder dan 35% bedraagt, dan krijgt deze volgens de WIA geen uitkering. Toch wilt u de arbeidscapaciteit van deze werknemer zo maximaal mogelijk benutten. Wij kunnen u ondersteunen met advies en actieve dienstverlening. Tevens is het mogelijk een inkomensaanvulling op het loon van de zieke werknemer te verzekeren. Dit geeft u de ruimte samen met uw werknemer een passende oplossing te vinden.